b

                    

            

 

       

      

Twee jaar.

 

Begin september 2003, alweer twee jaar geleden,

werd je ontslagen uit het ziekenhuis.

Heel veel mensen hadden hiervoor gebeden,

 jij wilde nergens liever zijn dan thuis.

 

Met  hulpverleners en de nodige hulpmiddelen

hield jij  je goed en bleef altijd positief.

Je probeerde je niet te storen aan al het kibbelen

en  verkondigde, “heb elkaar toch alsjeblieft lief”.

 

Je deed je best maar werd iedere dag zwakker,

jij nam van familie persoonlijk afscheid, niet op schrift.

Het viel je zwaar, soms bleef je niet meer wakker,

je laatste woorden staan in ieders hart gegrift.

 

Ook onze vrienden wilden je nog even zien of spreken

elke inspanning vergde veel kracht maar jij hield vol.

Stap voor stap wilde je het lijntje met ons verbreken,

om het op deze wijze te kunnen doen, betaalde jij de tol.

 

Als dan de laatste nacht zich slopend, langzaam aandient

en de nachtzuster ons meerdere malen samen brengt.

Ik in je oor fluister, dat je mag gaan en jij je rust verdient,

dan breekt mijn hart en weet ik, dat niets je leven meer verlengd.

 

Nog steeds met tranen, herinner ik me de laatste dagen

terwijl ik weet, dat jij me altijd veel liever zag lachen.

Jij wist heel zeker, dat wij er allemaal in zouden slagen,

om bij de herinneringen, ooit weer te kunnen glimlachen.

 

Wanneer de tijd rijp is waarop wij elkaar, zoals je zei, ooit weerzien,

weet ik, dat jij met een grote bos dieprode “Baccara’s” op me wacht.

We zullen dan weer samen zijn, herenigd, rimpelig en grijs misschien

zo eindigt ons boek, met een tedere omhelzing en je stem heel zacht.

 

Tot dan, veel liefs,

 Joan

 

 

 

 

JWM 12092005

 

 

 

    

   terug naar hartgedichten